Doorgaan naar inhoud

BIJBELVERZEN UITGELEGD

Johannes 15:13 — ‘Er is geen grotere liefde’

Johannes 15:13 — ‘Er is geen grotere liefde’

 ‘Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden’ (Johannes 15:13, Nieuwewereldvertaling).

 ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden’ (Johannes 15:13, NBV21).

Betekenis van Johannes 15:13

 Jezus maakte zijn volgelingen duidelijk dat hun liefde zo sterk moet zijn dat ze voor elkaar zouden willen sterven.

 Eerder had Jezus tegen zijn apostelen gezegd: ‘Dit is mijn gebod: heb elkaar lief net zoals ik jullie heb liefgehad’ (Johannes 15:12). Wat voor liefde voelde Jezus voor ze? Het was onzelfzuchtige, zelfopofferende liefde. Toen hij op aarde was, stelde hij de zorgen en behoeften van zijn volgelingen en anderen boven die van zichzelf. Hij genas mensen van hun ziekten en vertelde ze over Gods Koninkrijk. a Hij voerde zelfs nederige taken uit voor anderen (Mattheüs 9:35; Lukas 22:27; Johannes 13:3-5). Maar in Johannes 15:13 doelde Jezus op iets waar nog veel grotere liefde uit spreekt. En slechts enkele uren nadat hij die woorden had gesproken, toonde hij die grotere liefde door bereidwillig ‘zijn leven te geven als een losprijs in ruil voor velen’ (Mattheüs 20:28; 22:39). Hij liet daarmee op een bijzondere manier zien dat hij anderen meer liefhad dan zichzelf.

 Jezus heeft alle mensen lief. Maar hij houdt vooral van de mensen die naar zijn leer leven. Zijn discipelen waren voor hem goede vrienden omdat ze zijn instructies opvolgden en tijdens zijn beproevingen steeds bij hem bleven (Lukas 22:28; Johannes 15:14, 15). Hij had dus een nog sterkere motivatie om voor hen zijn leven te geven.

 De christenen in de eerste eeuw hebben Jezus’ woorden ter harte genomen. Ze waren bereid voor elkaar te sterven (1 Johannes 3:16). Onbaatzuchtige liefde — de liefde die Jezus toonde — zou zelfs het belangrijkste kenmerk van ware christenen worden (Johannes 13:34, 35).

Context van Johannes 15:13

 In het evangelie van Johannes vind je in hoofdstuk 13 tot 17 Jezus’ afscheidswoorden aan zijn 11 trouwe apostelen en zijn laatste gebed met hen. Een paar uur later stierf hij. In hoofdstuk 15 vergelijkt hij zijn discipelen met vruchtdragende ranken van een wijnstok. Daarmee wil hij duidelijk maken dat ze in eendracht met hem moeten blijven om te bewijzen dat ze zijn volgelingen zijn. Hij spoort ze aan ‘veel vrucht te blijven dragen’ (Johannes 15:1-5, 8). En dat vraagt om zelfopofferende liefde, die ze onder meer kunnen tonen door de boodschap te verkondigen die Jezus verkondigde: ‘het goede nieuws van Gods Koninkrijk’ (Lukas 4:43; Johannes 15:10, 17).

 Bekijk deze korte video om een overzicht te krijgen van het boek Johannes.

a Gods Koninkrijk is een regering in de hemel. God richtte het op om over de aarde te regeren en zijn wil uit te voeren (Daniël 2:44; Mattheüs 6:9, 10). Zie voor meer informatie het artikel ‘Wat is het Koninkrijk van God?